Schulden zijn gewoon handelswaar
Je krijgt een brief binnen van een incassobureau. Een
internetbedrijf heeft nog geld van je te goed, en het
incassobureau stuurt een aanmaning. Je denkt dat je de
leverancier geld schuldig bent, maar misschien is ‘t het
incassobureau zelf wel, dat de schuldeiser is.
Het komt steeds vaker voor dat bedrijven hun uitstaande
rekeningen verkopen, een deel van het geld innen en het risico
dat de vordering ooit betaald wordt overdragen aan een
incassobureau.
Soms gaat het nog een stap verder, zegt Marcel van Es, directeur
bij Intrum Justitia, het grootste incassobureau van Nederland.
‘Wat je ziet is dat mensen buiten de branche denken geld te
kunnen verdienen aan handel in schulden. De schuld op een
particulier wordt handelswaar, net als een varkensbuik of
aardappelen.’
In dat geval wordt de debiteurenportefeuille verkocht aan een
financieringsmaatschappij dat het pakket met winst doorverkoopt
aan een incassobureau of het in stukjes hakt en bij
verschillende incassobureaus onderbrengt. Over dat laatste is
Van Es niet te spreken. ‘Wij vinden dat laakbaar.’ De marge voor
het incassobureau wordt kleiner en het risico bestaat dat er dan
allerlei oneigenlijke kosten bij de debiteur in rekening worden
gebracht om er toch nog geld aan te kunnen verdienen, aldus de
topman van Intrum Justitia. Hij vindt dat bedrijven die
besluiten hun debiteurenadministratie te verkopen of pakketjes
oude schulden van de hand doen, in zee moeten gaan met
gerenommeerde incassobureaus. Het toch al niet beste imago van
de branche komt anders nog verder onder druk te staan, meent Van
Es.
Contijn van Marle, jurist bij de Stichting De Ombudsman in
Hilversum en specialist op het gebied van incasso, moet een
beetje lachen. Van Es preekt hier voor eigen parochie. Intrum
Justitia heeft als marktleider veel financiële slagkracht en
koopt al vele jaren vorderingen op van grote bedrijven.
Op zich is er weinig tegen het fenomeen, zolang men zich houdt
aan gedragscode van de Nederlandse Vereniging van
Incasso-ondernemingen (NVI), aldus Van Marle. Toch maakt hij
zich wel zorgen. Het door Van Es geschilderde scenario van
groeiende druk op de consument door steeds verdergaande handel
in schulden noemt hij ‘realistisch’. De kans dat louche bureaus
schulden opkopen groeit. Bovendien wordt het risico voor de
incassobureaus groter en de marges kleiner.
Dat incassobureaus immorele druk uitoefenen op consumenten komt
tot nu toe weinig voor in Nederland. Desondanks is van Marle
niet tevreden. De gedragscode die zo’n vier jaar geleden met de
NVI is afgesproken voldoet niet langer, zegt hij. Er ontstaan
veel problemen over de afwikkeling van betwiste vorderingen,
want daar kun je als consument niet over praten met een
incassobureau, zegt Van Marle, zeker niet als de vordering is
verkocht. ‘Ze zeggen van wel, maar in de praktijk werkt dat
niet. Het bedrijf heeft de schuld verkocht en het probleem op
het bordje van een ander gelegd. Dat moet helder worden.’
Volgens directeur Robin Bodaan van EDR Credit Services valt het
probleem wel mee, omdat je als incassobureau dat soort betwiste
vorderingen kunt uitsluiten. ‘Dat moet de opdrachtgever
oplossen.’
Van Es vreest dat bedrijven grotere risico’s gaan nemen - iets
verkopen aan weinig kredietwaardige consumenten - in de
wetenschap dat hun debiteurenschuld toch wordt verkocht. Bodaan
wijst erop dat incassobureaus uitgebreid boekenonderzoek doen
voor ze een debiteurenbestand kopen, om dat soort problemen te
voorkomen.
Van Es bepleit regulering en waarschuwt voor buitenlandse
opkopers die geen incasso-organisatie in Nederland hebben. ‘Wij
willen niet dat partijen hier komen om als sprinkhanen het veld
leeg te eten. Want dat effect zie je in Engeland. Daar maak ik
me zorgen over.’