Manisch depressief van de deurwaarders
Zo'n 230.000 huishoudens kampen met moeilijk af te lossen
schulden, zoals de 'inkomensdalers', de 'overspenders' en de
langdurige minima.
HET KLASSIEKE BEELD van arme huishoudens met torenhoge schulden
gaat niet meer op. Volgens voorzitter Jan Siebols van de
Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), waar alle
gemeentelijke krediet- en stadsbanken zijn aangesloten, zijn het
in toenemende mate de huishoudens met hoge inkomens die zich in
de schulden werken: ,,De druk zit nu vooral in de groep van
overspenders.''
Overconsumptie is de oorzaak, veelal door drank-, drugs- en
gokverslavingen, maar steeds meer door luxe schulden. Het zijn
jongeren voor wie de duurste merken en goederen nog niet
volstaan. Het zijn mensen die doorlopend meer uitgeven dan ze
aan inkomsten ontvangen en hierdoor in de problemen raken.
Gedrag dat volgens Siebols wordt aangewakkerd door agressieve
marketingmethodes.
Ter illustratie haalt hij de laatste Kampioen te voorschijn, het
blad voor ANWB-leden. Tien paginagrote advertenties heeft hij
uitgescheurd: 'Gemakkelijk geld lenen' schreeuwen vette letters
en het lenen van vijftigduizend gulden voor de prijs van
zevenduizend schijnt geen probleem te zijn. ,,Ten eerste is het
niet waar'', windt Siebols zich op, ,,er zit altijd een adder
onder het gras. En het zorgt ervoor dat mensen van krediet een
impulsaankoop maken.''
Dat was ooit anders. Schulden zijn een oud fenomeen, maar het
consumptiekrediet gaat niet verder terug dan de jaren zestig.
Voor die tijd moest eerst het Perzisch tapijt, de bontjas of een
andersoortig bezit worden beleend bij de lommerd of het
pandjeshuis. Al kan de consument zijn waar op de pof kopen, het
adagium 'eerst sparen dan kopen' loopt pas echt spaak als in de
jaren zestig bij de consument de financiële ruimte ontstaat om
een persoonlijk krediet af te sluiten. Lenen kost immers geld.
In de jaren zeventig en tachtig stagneert de
schuldenproblematiek.
De schuldproblemen van de familie Meijvis uit Breda beginnen in
de zomer van 1994, als vader Meijvis wordt ontslagen als
magazijnmanager. Een flinke hernia zorgt ervoor dat hij wel een
nieuwe betrekking kan krijgen als productiemedewerker bij een
kantoormeubelbedrijf, maar er in salaris flink op achteruit gaat
(van 3.200 naar 2.800 gulden netto). Het is in deze tijd dat de
eerste rekeningen ongeopend in de keukenla blijven liggen.
,,Je probeert je te lang groot te houden, alsof alles koek en ei
is'', herinnert moeder Jolanda Meijvis zich. Pas als de schulden
flink oplopen klopt ze aan bij de gemeentelijke kredietbank. Het
echtpaar dat dan twee kinderen heeft, komt in aanmerking voor
een schuldregeling, op voorwaarde dat ze de auto verkopen. Een
combinatie van trots en schaamte weerhoudt hen.
Een tijd lang proberen ze te 'redden wat er te redden valt' door
steeds op het uiterste moment met de verschillende schuldeisers
afspraken te maken. Door telkens een klein percentage van de
schuld af te lossen op het moment dat de situatie hun te benauwd
wordt, wanen ze zich nog even veilig. ,,We hebben alles gedaan
wat we konden om erger te voorkomen. Tot het laatste moment
blijf je hopen dat het goed komt.''
Dan komt het moment dat de eerste deurwaarders aanbellen en dit
vervolgens het eerstvolgende anderhalf jaar blijven doen. Op
gezette tijden komen ze aanrijden, waardoor Jolanda Meijvis na
een tijdje de verschillende auto's van de deurwaarders al uit de
verte herkent: een van het woningbouwbedrijf, een van het
elektriciteitsbedrijf en die van de motorrijtuigenbelasting.
Uiteindelijk is ze al bang als ze de bel hoort, manisch
depressief wordt ze ervan. Onverwachts raakt Meijvis zwanger van
een tweeling en als deze acht weken oud is komt de familie na
een eerder loonbeslag en verschillende waarschuwingen op 27 mei
1997 op straat te staan. Vader en de twee oudste kinderen gaan
naar een crisisopvang in Tilburg, moeder en de tweeling worden
in Breda behuisd. De schuld van de Meijvissen bedraagt dan
25.000 gulden.
Volgens de voorzitter van de NVVK is de Bredase familie onder te
brengen in de groep inkomensdalers: mensen die door pech een
groot gedeelte van hun inkomsten moeten inleveren en hun
uitgaven daar moeilijk op weten aan te sluiten. Het is naast de
overspenders en de langdurige minima een van de drie categorieën
van de in totaal 31.000 huishoudens met problematische schulden
in Nederland die de kredietbanken jaarlijks verzoeken om een
schuldregeling.
,,Vooral in het begin van de jaren negentig waren de
inkomensdalers in opkomst. Daarvoor waren het vooral de
langdurige minima die problematische schulden hadden, maar deze
sprongen minder in het oog.'' Ondanks deze overzichtelijke
indeling wordt de schuldenproblematiek vaak veroorzaakt door een
mix van problemen. Siebols: ,,Daarom zijn die
kredietintermediairs zo gevaarlijk. Iemand die in inkomen
achteruitgaat, heeft een kleiner huis nodig, iemand met een
gokverslaving behoeft andere hulp. Het aangaan van nieuwe
schulden om de oude te voldoen loont niemand.''
Bijna iedereen heeft wel eens te maken met schulden. Het wordt
pas echt vervelend als er grote of verscheidene
betalingsachterstanden ontstaan, deze lang aanhouden en als er
geen uitzicht is dat een schuld binnen een overzichtelijke
termijn kan worden afgelost. Deze problematische schulden, waar
banken vaak geen brood in zien, kunnen door de stads- of
kredietbank worden gesaneerd.
Cliënten moeten van de kredietbanken en volgens de eind december
ingestelde Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) genoeg
afloscapaciteit hebben om de betalingsachterstanden in maximaal
drie jaar tijd af te kunnen lossen. ,,Een strenge maar
rechtvaardige wet'', meent de voorzitter van de NVVK, waarvan
volgens hem nog te weinig mensen gebruikmaken. Toen de wet van
kracht werd in december vorig jaar, werd verwacht dat 12.000
mensen er gebruik van zouden maken. Siebols denkt dat dit
maximaal de helft zal zijn aan het eind van dit jaar.
Onbekendheid, vermoedt hij en: ,,Het is even wennen''.
Met de wet kunnen onwillige schuldeisers worden gedwongen in te
stemmen met een regeling om de betalingsachterstanden weg te
werken. De schuldenaar behoudt minimaal 90 procent van de
bijstandsnorm, de rest gaat naar een aangestelde bewindvoerder.
Deze heeft inzage in alle (privé-)post en mensen kunnen worden
verplicht hun kostbare eigendommen te verkopen. De naam van de
schuldenaar wordt gepubliceerd in de Staatscourant, in de
regionale dagbladen en op Internet. Kortom, drie jaar op een
houtje bijten om daarna volledig schuldvrij te zijn, of deze nu
wel of niet geheel is afbetaald.
De auto van de familie Meijvis moest alsnog van de hand worden
gedaan. Het salaris en de kinderbijslag worden maandelijks
automatisch overgemaakt naar de kredietbank. Na het aflossen van
de schuld en de betaling van de vaste lasten krijgt het
zespersoonsgezin volgens Jolanda Meijvis 242 gulden aan weekgeld
uitbetaald voor 'boodschappen, cadeautjes en shag', nog tot eind
januari 2000. Ze zijn kleiner gaan wonen, ze heeft haar lesje
geleerd, zegt Meijvis.
,,In de straat waar we hiervoor woonden, waren op een dag de
overburen zomaar vertrokken. Zonder iemand iets te laten weten
zijn ze bij kennissen ingetrokken. Wij dachten nog 'hoe kan dat
nou', maar het kan dus iedereen gebeuren.'' Maar voor de
kennissen met kinderen die voor de tweede keer uit huis werden
gezet heeft ze geen begrip. ,,Ze aanvaardden geen hulp en de
kinderen moesten de traumatische ervaring, wat het toch is,
opnieuw meemaken. Eens moet je je trots toch opzij leren
zetten.''
,,Het hebben van schulden is waarschijnlijk een van de laatste
taboes in Nederland'', denkt Siebols. Het is de reden waarom een
schuldenaar in Delft hier niet bij naam genoemd wil worden.
Zelfs zijn ouders weten niet dat hij schulden heeft, terwijl hij
die al sinds zijn huwelijk in 1973 heeft opgebouwd.
Met nog geen tweeduizend gulden netto per maand heeft hij
jarenlang zijn vrouw en vier kinderen onderhouden. Daar moest
geld bij, zegt hij zelf, omdat hij ,,nooit een potje heeft
kunnen maken om vooruit te kunnen sparen''. Zijn ouders hadden
altijd schulden, zijn zus is onlangs het huis uitgezet omdat zij
de huur niet meer kon betalen. Zijn 22-jarige zoon, die sinds
kort op zichzelf woont, moet zijn huis alweer verkopen omdat hij
de lasten niet meer kan opbrengen.
Ondanks de economisch gunstige situatie is vanaf de jaren
negentig een flinke stijging zichtbaar. Van de zes miljoen
huishoudens in Nederland hadden er vorig jaar 230.000
probleemschulden. ,,We leven op een wolk die gevoed wordt door
consumptief vertrouwen. Problemen kunnen hierdoor jarenlang
gemaskeerd worden'', zo probeert Siebols de oorzaak van de
groeiende schuldenproblematiek te verklaren. Hij pleit voor
preventie, goede voorlichting om de consument weerbaarder te
maken tegen agressieve marketingsmethodes.
De man uit Delft: ,,Mijn vader kocht een pak op afbetaling. Als
de eigenaar van de winkel wekelijks langskwam om het geld op te
halen, verstopte mijn moeder zich achter de stoel en moest ik
opendoen. Ik weet nog dat ik toen dacht: dat doe ik anders. Maar
ongemerkt is er telkens wel weer iets waardoor ik geld
tekortkom.''